Basispatroon Sok
Hoe brei ik een sok?
Je kan op verschillende manieren sokken breien. Dit patroon is een basispatroon. Dit wil zeggen dat je op de meest eenvoudige manier een sok breit. Je breit van boord naar teen. Je breit een sok maat 38. Je breit met 4 draads sokkenwol en op 4 naalden.
Breipatroon met boemeranghiel
Opzet: Zet 60 steken op, verdeel deze gelijkmatig over 4 naalden(= 15 steken per naald) en sluit in het rond. Het einde van de draad en daarmee ook de overgang naar de volgende toer ligt middenachter, dus tussen de 1e en 4e naald.
Been: Brei enkele centimeters in boordpatroon (afwisselend 1 steek recht, 1 s. averecht). Brei na de boord recht . Het breiwerk zo indelen, dat met de steken van de 2e en 3e naald later de bovenkant van de voet gebreid kan worden, terwijl de steken van de 1e en 4e naald de hiel zullen vormen.
Voor de boemeranghiel: Bij een totale hoogte van ca. 20 cm met de hiel beginnen. De boemeranghiel wordt in heengaande en teruggaande naalden in tricotsteek met de steken van de 4e en 1e naald gebreid. De hielsteken in drie gelijke delen (= 10 steken per deel) indelen. Dan worden er verkorte naalden met dubbele steken van buiten naar binnen gebreid.
1e naald (heengaande naald): alle steken van de 4e en 1e naald recht breien, keren.
2e naald (teruggaande naald): met een dubbele steek beginnen, leg de draad voor het werk, van rechts naar links in de 1e steek insteken, steek en draad samen afhalen en de draad strak naar achter trekken. De steek wordt daarbij over de naald getrokken en ligt nu dubbel. Wanneer de draad niet strak genoeg aangetrokken wordt, ontstaan er later gaatjes. De overige steken als gewoonlijk averecht breien, inclusief de laatste steek van de 4e naald, keren.
3e naald (heengaande naald): een dubbele steek breien. Dan alle steken recht breien, de dubbele steek aan het einde van de 1e naald blijft ongebreid, keren.
4e naald (teruggaande naald): een dubbele steek breien. Dan alle steken averecht breien, de dubbele steek aan het einde van de 4e naald blijft ongebreid, keren.
De 3e en 4e naald herhalen, tot er aan elke zijde 10 dubbele en in het midden 10 enkele steken liggen. De laatste naald is een heengaande naald en tegelijkertijd het begin van twee toeren, die met alle steken gebreid worden, de steken van de 4e en 1e naald in tricotsteek breien. Daarbij in de 1e toer bij de dubbele steken van beide delen van de steek tegelijk opnemen en in recht samenbreien. Na deze twee toeren worden er weer verkorte naalden met dubbele steken gebreid, echter dit keer van binnen naar buiten.
1e naald (heengaande naald): De hielsteken van de eerste beide derde delen (20 steken) recht breien, keren.
2e naald (teruggaande naald): een dubbele steek breien. Tot inclusief de laatste steek van het middelste derde deel averecht breien, keren.
3e naald (heengaande naald): een dubbele steek breien. Tot de dubbele steek van de vorige rij recht breien, deze als beschreven recht samenbreien, de volgende steek recht breien, keren.
4e naald (teruggaande naald): een dubbele steek breien. Tot de dubbele steek van de vorige naald averecht breien, deze als beschreven averecht samen breien, de volgende steek averecht breien, keren.
De 3e en 4e naald herhalen, tot er aan elke zijde 10 dubbele steken gebreid werden. De laatste naald is een heengaande naald en tegelijkertijd het begin van de 1e toer van de voet.
Voet: De voet wordt opnieuw in het rond gebreid. De steken van de 2e en 3e naald in basispatroon, de steken van de 1e en 4e naald in tricotsteek breien. Bij een voetlengte van ca. 20 cm vanaf het midden van de hiel met de teen beginnen. ( Of de sok even passen)
Teen: Alle steken in recht breien. Voor de minderingen de tweede en laatste steek van de 1e en 3e naald recht samenbreien, de laatste steek recht breien. De 1e steek van de 2e en 4e naald recht breien, de 2e steek recht afhalen, de 3e steek recht breien en de afgehaalde steek overhalen. Na de 1e mindertoer 2 toeren in tricotsteek breien, na de 2e en 3e mindertoer telkens 2 toeren recht breien, na de 4e, 5e en 6e mindertoer telkens 1 toer in recht breien, dan in elke volgende toer minderen, tot er nog 8 steken over zijn. Het einde van de draad tweemaal door deze 8 steken halen, straktrekken en het eindje wegwerken.
Hoe brei ik een sok?
Je kan op verschillende manieren sokken breien. Dit patroon is een basispatroon. Dit wil zeggen dat je op de meest eenvoudige manier een sok breit. Je breit van boord naar teen. Je breit een sok maat 38. Je breit met 4 draads sokkenwol en op 4 naalden.
Breipatroon met Hollandse hiel
Opzet: Zet 60 steken op, verdeel deze gelijkmatig over 4 naalden(= 15 steken per naald) en sluit in het rond. Het einde van de draad en daarmee ook de overgang naar de volgende toer ligt middenachter, dus tussen de 1e en 4e naald.
Been: Brei enkele centimeters in boordpatroon (afwisselend 1 steek recht, 1 s. averecht). Brei na de boord recht . Het breiwerk zo indelen, dat met de steken van de 2e en 3e naald later de bovenkant van de voet gebreid kan worden, terwijl de steken van de 1e en 4e naald de hiel zullen vormen.
Voor de Hollandse hiel: Bij een totale hoogte van ca. 20 cm met de hiel beginnen. De Hollandse hiel wordt in 3 delen gebreid. Grote hiel, kleine hiel en spie. Na de spie wordt de voet gebreid.
Grote hiel: Je breidt de grote spie over de steken van de vierde en de eerste naald. Zet daarvoor alle steken op 1 naald. De eerste en laatste drie steken vormen de kantsteken en je breit de kantsteken altijd recht.
Naald 1: haal 1 steek recht af, brei alle steken recht, keer het werk.
Naald 2: haal 1 steek af, brei 2 steken recht, alle steken recht tot 3 steken voor het einde, 3 steken recht, keer het werk.
Herhaal naald 1 en 2 tot je 30 naalden hebt gebreid.
Kleine hiel: Je begint de kleine hiel met de middelste steken van de grote hiel.
Naald 1: brei recht over de helft van het aantal steken plus de eerste steek van de tweede helft. Brei de volgende 2 steken recht overgehaald samen, brei 1 steek recht, keer het werk.
Naald 2: haal 1 steek averecht af, brei 3 steken averecht, brei 2 steken averecht samen, brei 1 steek averecht, keer het werk.
Naald 3: haal 1 steek recht af, brei 4 steken recht, brei de afgehaalde steek van de vorige naald recht samen met met de volgnde steek, brei1 steek recht, keer het werk.
Naald 4: haal 1 steek averecht af, brei 5 steken averecht, brei de afgehaalde steek van de vorige naald averecht samen met de volgende steek, brei 1 steek averecht, keer het werk.
Herhaal nu steeds naald 3 en 4. Haal bij elke naald de eerste steek af en brei steeds de afgehaalde steek van de vorige naald samen met de volgende steek, brei dan nog 1 steek en keer het werk. Bij elke naald wordt de V een steek groter. Heb je de kantsteken bereikt, dan is de kleine hiel klaar.
Spie: vanaf nu brei je in toeren verder. Verdeel de steken van de V gelijk over 2 naalden. Neem in de eerste oer uit de "knoopjes" van de kantsteek 1 steek op.
Na de hiel staan er meer steken op de 1e en 4de naald da daarvoor. Die overtollige steken moet je nu in elke 2de toer minderen. Brei daaarvoor de steken van de eerste naald recht en brei de voorlaatste 2 steken samen. Brei de laatste steek recht. Op de vierde naald brei je 1 steek recht en de 2de en de 3de steek overgehaald samen. Haal daarvoor 1 steek recht af, brei de volgende steek recht en haal de afgehaalde steek eroverheen. Herhaal deze minderingen tot je opnieuw 60 steken hebt.
Voet: De voet wordt ook in het rond gebreid. Bij een voetlengte van ca. 20 cm vanaf het midden van de hiel met de teen beginnen. ( Of de sok even passen)
Teen: Alle steken in recht breien. Voor de minderingen de tweede en laatste steek van de 1e en 3e naald recht samenbreien, de laatste steek recht breien. De 1e steek van de 2e en 4e naald recht breien, de 2e steek recht afhalen, de 3e steek recht breien en de afgehaalde steek overhalen. Na de 1e mindertoer 2 toeren in tricotsteek breien, na de 2e en 3e mindertoer telkens 2 toeren recht breien, na de 4e, 5e en 6e mindertoer telkens 1 toer in recht breien, dan in elke volgende toer minderen, tot er nog 8 steken over zijn. Het einde van de draad tweemaal door deze 8 steken halen, straktrekken en het eindje wegwerken.